Kijk nou ‘ns wie ik tegenkom!

Zelden heb ik zoveel reacties gehoord op mijn nieuwe hardloop avontuur.. . Superleuk en mega-motiverend?

Nu wordt alleen wel iedere dag de volgende vraag voor m’n nog niet al te snelle voeten geworpen: ‘hoe gaat HET?’ Het antwoord is: ‘langzaam maar gestaag…m’n lichaam komt wel in beweging maar hier en daar sputtert het wel wat tegen. Ik kom mezelf onderweg weer tegen. Zoals bijvoorbeeld tijdens de vakantie, dan lukt het me moeilijk om tussen het slapen-zonnen-zwemmen-eten-drinken door ook nog ‘ns te hardlopen. Ik ontdek ook opnieuw dat ik een broertje dood heb aan individuele intervaltraining en dat een avondje doorzakken niet bevorderlijk is voor het opvoeren van je loopsnelheid. Lessen die ik al lang geleden geleerd heb maar het lijkt alsof ze opnieuw afgespeeld worden. Oef!

Maar toch! De afstand wordt langer (ik zit nu op 7 km) en naast de eerder genoemde estafette run is ook de Dam tot Dam aan de looplijst toegevoegd.

Elke woensdag heb ik de eer mee te mogen lopen met een loopgroep in het Amsterdamse Bos. Nadat  ik aan deze lopers core stabillity les gegeven heb, worden de rollen omgedraaid en wordt gestart met de gezamenlijke intervaltraining waarbij ik aan de lippen van de looptrainers hang. Want ik weet het allemaal heus wel, maar iemand die je gewoon aan het werk zet is ook voor mij een uitkomst.

De gouden tips voor deze training:

*       Denk aan je pasfrequentie

*       Land op je middenvoet

*       Houd je hartslag in de gaten

*       @de dames: jullie kunnen gewoon doorpraten.. dit is overduidelijk geen Z3, laat staan Z4! HUP!

Na het inlopen en wat extra looptechniek-oefeningen start de intervaltraining.  Deze week was dat 3 x 1 km. Kilometer 1 is Z2, kilometer 2 is Z3 en kilometer 3 is Z4. De eerste twee gaan fantastisch. Met name bij KM 2 kom ik maar 3 seconde boven de geplande kilometertijd over de streep en bekruipt mij een euforisch gevoel: YES, IK KAN HET NOG!! De opdracht voor de laatste kilometer is pittiger: “Probeer je kilometertijd net boven de 4:00 min te realiseren”.

Dus met de euforie nog in benen en hoofd denk ik dat ik dat heus wel kan. Ik liep toch net 5:03 zonder moeite… what’s the difference? Dus hup, daar ga ik. Maar dit keer ga ik nat. Ik heb te vroeg gejuicht en gepiekt. De beginnersfout zit ‘m in het begin van de laatste kilometer waarin ik een spurt trek. Ik loop zelfs aan kop, hoe cool is dat. Dan kijk ik op m’n horloge en zie een schrikbarende hartslag van 188. Dat is wellicht wat ho… Ik krijg niet eens de tijd om de zin in m’n hoofd naar de punt te denken of ik voel opeens een BAM-gevoel…benen vol. M’n adem heb ik totaal niet meer onder controle, ik zwalk en word vervolgens zowel links als rechts ingehaald. ‘4.21’ hoor ik iemand zeggen als ik wazig over de finish strompel. Slecht? Zeker niet. Prima tijd zelfs. Maar ik spreek mezelf wel toe: volgende keer moet je het echt beter doseren. Ik heb nog een lange weg te gaan, maar ik begin wel weer liefde te voelen voor deze sport waarin ik mezelf continu tegenkom en mezelf uit kan dagen tot…ik erbij neerval en daarna weer opsta om het nog net iets beter te doen. Ik geniet!